vrijdag 1 februari 2013

MIDDELEN EN DOELEN


In zijn wekelijkse column in NRC Handelsblad heeft Arjen Fortuin het vandaag over uitgeverijen die hebben verzuimd boeken in te sturen voor de Librisprijs.
‘Wat is pijnlijker?’ vraagt hij, ‘Dat uitgeverij Meulenhoff vergeet zijn boeken voor de Librisprijs in te zenden, of dat die uitgeverij in de Nederlandse literatuur zo marginaal is dat het niemand opvalt als er geen Meulenhoffboeken bij de Librisinzendingen zitten.’ Zijn eigen antwoord mag blijken uit de slotpunt in plaats van een tweede vraagteken.
Maar als het voor Meulenhoff pijnlijk is dat die uitgeverij blijkbaar zo marginaal is geworden dat het niemand nog opvalt wanneer haar naam ontbreekt op groslijsten – ook ik vind dat het pijnlijk is –, is het dan andersom niet pijnlijk dat voor zo’n Librisprijs alleen uitgaven komen bovendrijven van boekenmakerijen die het commercieel wél goed doen of die in elk geval die schijn zo lang mogelijk willen ophouden?
Verderop in zijn stukje noemt Fortuin nog een paar andere voorbeelden van boeken waarvan het volgens hem pijnlijk is dat ze door de uitgeverij ervan niet zijn ingezonden. Een van Fortuins voorbeelden is de unieke roman De stok van Schopenhauer van P.C. Hooftprijswinnaar H.C. Ten Berge: ‘niet ingezonden door uitgeverij Nieuwe Doelen’.
Zou het niet vooral iets zeggen over het instituut van zulke prijzen zelf en over de huidige stand van zaken in de literatuur en de cultuur in het algemeen, dat zo’n boek nooit en te nimmer ingezonden zal, want kan worden voor zo’n prijs, zoals er ook nooit en te nimmer meer dan een paar recensie-exemplaren van zo’n uitgave zal, want kan worden verstuurd?
Juist in dürftiger Zeit, zoals de huidige, zullen meer en meer schrijvers voor de uitgave van hun werk hun toevlucht moeten nemen in de marge, c.q. tot investering uit de eigen broekzak. En dat is en wordt derhalve nooit vetpot.
Het gelijkstellen van een ‘uitgeverij’ als Nieuwe Doelen met commerciële uitgeverijen als Meulenhoff en Atlas Contact (waar ze ook wel eens wat vergeten, aldus Fortuin) is volkomen misplaatst en zelfs pijnlijk. Uitgerekend Atlas Contact, waar Ten Berge’s vorige twee boeken nog verschenen, durfde en wilde de uitgave van De stok van Schopenhauer niet aan. Money! Ook op enkele andere adressen ving Ten Berge vervolgens bot. Wat hem ertoe noopte de uitgave geheel en al uit eigen middelen te bekostigen, waarbij hij in het productieproces zo veel mogelijk werd geholpen door enkele vrienden-bewonderaars, dus kosteloos. Op die manier kwam de boekuitgave van De stok van Schopenhauer ook aan de imprint Nieuwe Doelen. En niet anders. Uit nood geboren, zou je kunnen zeggen. De uitgaven van Nieuwe Doelen worden door niets en niemand anders gefinancierd en eigenhandig de wereld ingestuurd dan door de auteur(s) in kwestie, zonder financieel winstoogmerk. Dat er in zo’n marge, zowel qua geld als qua werk, niet ook nog ruimte is en kan zijn om recensie-exemplaren te versturen met meer garantie ze ongelezen terug te vinden in moderne antiquariaten dan ze besproken te zien op een literatuurpagina of in een programma, zoals het insturen van telkens meerdere onbetaalde exemplaren (uit een oplage die in enkele dozen past) voor meerdere literatuurprijzen zo goed als zeker het weggooien van eigen, met veel moeite verworven geld is, is evident. Hier valt niets te compenseren met de opbrengsten van goed verkopende boeken van anderen.
         Intussen zou het overigens best eens kunnen dat werkelijk interessante literatuur op die manier juist weer gedijt en tot bloei komt, namelijk op plekken die door het vigerende selectiesysteem van en voor onder meer commerciële prijzen simpelweg over het hoofd (moeten) worden gezien. Het artistieke bloed zal kruipen waar het niet gaan kan.